Music as a Gradual Process

Steve Reichs eerste betekenisvolle compositie It’s Gonna Rain (1965) is het onverwachte resultaat van een experiment met twee bandrecorders. Hij speelde twee identieke tapeloops (in een lus aan elkaar geplakte stukjes tape) tegelijk af, maar doordat de bandrecorders een licht afwijkende bandsnelheid hadden, ontstond een fasepatroon: “It’s-s gonna-a rain-n! It’s-’s gonn-nna ra-ain! It’s-It’s gonna-gonna rain-rain!”. Reich had de opname eerder gemaakt op Union Square in San Francisco, toen een predikant van de pinkstergemeenschap over Noach en de Zondvloed preekte. Precies op het woord “rain” hoor je in de opname een duif wegvliegen. Reich noemt de duif “the pigeon drummer”, omdat het klappen van de vleugels voor een duidelijke ritmische puls zorgt en het effect van de faseverschuiving versterkt.

Union Square San Francisco

Reich voelde dat hij iets bijzonders op het spoor gekomen was: een procedé waarin het compositorisch proces hoorbaar was. De komende jaren zou hij zich toeleggen op het verfijnen van zijn nieuwe phase shifting technique, niet alleen met tape (Come Out, 1966), maar ook instrumentaal. Piano Phase (1967) is daarvan de eerste vrucht en vloeide rechtstreeks voort uit het tape-experiment. Geen bandrecorders meer, maar twee muzikanten van vlees en bloed aan de piano. Het in en uit fase gaan verliep niet zo perfect als wanneer het door twee bandrecorders uitgevoerd zou worden, maar de voelbare fysieke kracht was eens zo sterk. Reich had deze kracht trouwens al eerder beschreven, bij de ontdekking en eerste luisterervaring van It’s Gonna Rain: “The sound moved over to my left ear, moved down to my left shoulder, down my left arm, down my leg, out across the floor to the left, and finally began to reverberate and shake before it eventually came back together in the center of my head.” Niet zo heel gek dus dat de Belgische choreografe Anne Teresa De Keersmaeker letterlijk een lichamelijke dimensie aan de muziek toevoegde.

uit Music as a Gradual Process

“I’m interested in perceptible processes. I want to be able to hear the process happening throughout the sounding music.”

“Performing and listening to a gradual musical process resembles:

  • Pulling back a swing, releasing it, and observing it gradually come to rest;
  • Turning over an hour glass and watching the sand slowly run through the bottom;
  • Placing your feet in the sand by the ocean’s edge and watching, feeling, and listening to the waves gradually bury them.”

“Though I may have the pleasure of discovering musical processes and composing the musical material to run through them, once the process is set up and loaded it runs by itself.”

De faseverschuivingen zetten ook onze geest in beweging. In het dichte net van stemmen kan je immers telkens nieuwe groeperingen van tonen waarnemen. In Violin Phase voor solo viool en tape of voor vier violen wordt dit door Reich extra in de verf gezet: eerst vormen zich bepaalde patronen in de lage tonen, vervolgens weer andere in de hoge en de middelste tonen kunnen zich vasthechten aan de lage tonen waardoor ook daar weer nieuwe patronen klinken. Hij noemde dit de ‘resulting patterns’, en hoewel die patronen er ook écht zijn – en er in Violin Phase in meer of mindere mate de nadruk op gelegd wordt – kunnen ze volgens Reich ook als ‘psychoakoestisch bijproduct’ ervaren worden.

Op een gegeven moment herkent Reich in zijn phase shifting techniek een gevarieerde vorm van een canon. Dat was een tweede eureka-moment, want die ingeving brak zijn muzikale wereld helemaal open. Hij breidde zijn praktijk uit door verschillende ritmische patronen tegenover elkaar te plaatsen, zoals duidelijk hoorbaar is in de werken Music for pieces of wood (1973), Drumming (1973) en Music for 18 Musicians (1974-76). Andere invloedrijke ervaringen waren zijn studiereis in 1970 naar Ghana om er Afrikaanse percussietechnieken te leren en de cursus Balinese Gamelan die hij enkele jaren later aan de American Society for Eastern Arts in Seattle en Berkeley volgde. Reich begon ook steeds meer vanuit het imitatief contrapunt te denken en creëerde alsmaar rijkere harmonische texturen met verschillend ritmisch en melodisch materiaal in de verschillende stemmen, zoals in Music for Mallet Instruments, Voices and Organ (1973), Music for 18 Musicians (1974-76), Tehillim (1981) en The Desert Music (1982).

Clapping Music

Met Clapping Music (1972) wilde Steve Reich een compositie maken waarvoor je geen instrumenten nodig hebt of voor een instrument dat je altijd bij je hebt, zoals je handen. Het enige wat je hiervoor moet doen, is in je handen klappen volgens onderstaand ritmisch patroon. En een medespeler zoeken.

Het basispatroon voor Clapping Music is: klap – klap – klap – rust – klap – klap – rust – klap – rust – klap – klap – rust. De ene uitvoerder herhaalt dit patroon consequent en onveranderd, terwijl de andere telkens na 12 herhalingen van het patroon abrupt één tel vooruit opschuift. Dit totdat hij hele rijtje afgegaan is, en beide uitvoerders opnieuw unisono klinken.

In theorie lijkt dat simpel, maar de ervaring leert dat het toch geen gemakkelijke opdracht is. Probeer het zelf via deze gratis Clapping Music app!

Piano Phase

Steve Reich bedacht Piano Phase aan de piano. Hij had een geluidsopname van zichzelf gemaakt waarop hij een kort patroon op de piano speelde en liet het in loop afspelen. Opnieuw ging hij aan de piano zitten en probeerde hij met de opname mee te spelen, eerst unisono, nadien telkens een beetje sneller, als ware hij zelf de tweede bandrecorder met de iets snellere looptijd. Uiteindelijk schreef Reich het werk voor twee live piano’s.

De eerste pianist introduceert een patroon van twaalf noten, de tweede pianist valt in en probeert gelijk te worden met de eerste pianist. Zodra een stabiele unisono bereikt is, versnelt de tweede pianist geleidelijk aan tot hij een zestiende voorop zit en deze nieuwe relatie gestabiliseerd wordt. Opnieuw wordt door de tweede pianist een versnelling ingezet tot hij een achtste voorop zit. Dit wordt herhaald tot alle twaalf relaties verkend zijn. De eerste pianist gaat alleen verder en reduceert het basispatroon naar acht noten, de tweede pianist valt in met een ander patroon van acht noten. Hetzelfde faseringsprincipe wordt toegepast tot alle acht relaties geklonken hebben en de tweede pianist nu alleen verder gaat. Een afgeleid patroon van vier noten wordt geïntroduceerd, de eerste pianist valt weer in, waarna het principe nog een laatste keer toegepast wordt en beide pianisten unisono eindigen.

Pendulum Music

Pendulum Music is Steve Reichs ultieme ‘proces’-stuk. De installatie is een beetje een buitenbeentje in het oeuvre van de componist, maar het illustreert zijn idee over Music as a gradual process als geen ander. Om het stuk uit te voeren heb je niet meer nodig dan een aantal speakers, waarboven een microfoon bengelt. Belangrijk is dat alle microfoons een even lang snoer hebben. De uitvoerders trekken de microfoon even ver naar achter en laten die gelijktijdig los. De feedback ‘whoop! – whoop!’ wanneer de microfoons over de speakers schommelen, zorgt voor een fasepatroon. Na enkele minuten vallen de microfoons stil en klinkt een constante ‘feedback’-drone. Dan wordt eenvoudigweg de stekker uitgetrokken.

Rosas

Fase

Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich is de eerste grote productie die Anne Teresa De Keersmaeker met haar dansgezelschap Rosas in elkaar bokste. Het werk werd meteen haar signature piece. In 2002 werd de voorstelling onder leiding van Thierry De Mey op film gezet. De vier delen werden op vier verschillende Belgische locaties gefilmd: Piano Phase in de repetitieruimte van Rosas in Vorst, Come Out in het Coca-Cola gebouw in Anderlecht, Violin Phase in het Park van Tervuren en Clapping Music in het Felix Pakhuis in Antwerpen.

Deze webtentoonstelling werd gerealiseerd door MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek] in opdracht van Muziekcentrum De Bijloke Gent in het kader van het seizoensthema 360° Reich

© MATRIX, 2021