PRINS Stefan (1979)
Stefan Prins, geboren op 20 mei 1979 te Kortrijk, startte op zevenjarige leeftijd met pianolessen aan de Stedelijke Muziekacademie van Borgerhout. Tussen 1997 en 2001 studeerde hij voor burgerlijk ingenieur aan de Vrije Universiteit Brussel, waarna hij na nog een jaar aan de Universitat Politecnica de Catalunya (Barcelona) het diploma Burgerlijk Elektrotechnisch Ingenieur in de Fotonica behaalde. Als pianist was hij toen al actief binnen de vrije improvisatiemuziek. In 2002 begon hij met piano en compositie aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen en volgde tegelijkertijd de opleiding muziektechnologie bij Peter Swinnen aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Vanaf zijn tweede jaar in Antwerpen concentreerde hij zich volledig op de compositieopleiding. Tijdens het academiejaar 2004-2005 volgde hij, dankzij een beurs van de Vlaamse Gemeenschap, bijkomend een specialisatie aan de sonologie afdeling van het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Daarnaast studeerde hij cultuurfilosofie en techniekfilosofie aan de Universiteit Antwerpen en volgde hij verschillende masterclasses. In 2017 behaalde hij een doctoraat in de compositie aan Harvard University. Zijn promotor was Chaya Czernowin.
Als jonge tiener componeerde Stefan Prins al van achter de piano korte stukjes voor eigen gebruik. Tussen zijn twaalfde en twintigste stopte Prins met componeren, omdat hij naar eigen zeggen geparalyseerd werd door de autoriteit van de ‘Grote Componisten’ uit het heden en verleden. Via de hedendaagse muziek en de improvisatie kon hij zich van deze druk bevrijden. Met zijn strijkkwartet Zeven Metamorfosen werd hij in 2001 laureaat van de KBC-Aquarius wedstrijd voor compositie. In februari 2006 ontving hij de 2e prijs in de compositiewedstrijd van de Week van de Hedendaagse Muziek te Gent met Erosie (Memory Space #1). Niet alleen in België, maar ook in het buitenland ontving hij belangrijke prijzen, waaronder de “Impuls Composition Competition Award” (Graz, 2009), het “Staubach Honorarium” (Darmstadt, 2009) en de “Kranichsteiner Musikpreis für Komposition” (Darmstadt, 2010). Verschillende van zijn werken werden geselecteerd door ISCM-Vlaanderen als Vlaamse inzendingen voor de ISCM World New Music Days. In 2012 werd hij door de Vereniging van de Belgische Muziekpers uitgeroepen tot Jonge Musicus van het jaar, gevolgd door de ISCM Young Composers award in 2014. Twee jaar later ontving hij de Kunstpreis Berlin für Musik, wat benadrukt dat zijn muziek steeds meer waardering vindt in het buitenland.
Stefan Prins is actief als improvisator (piano, amplified objects en live-electronics), uitvoerend musicus en componist. Met improvisatiemuzikanten Joachim Devillé en Thomas Olbrechts richtte hij in 2002 het collectief reFLEXible op. Sinds 2011 speelt hij laptop in de band Ministry of Bad Decisions. Maar ook in andere formaties en ad-hoc groepen speelt Prins met o.a. Peter Jacquemyn en Matthias Koole.
Prins’ muziek wordt wereldwijd uitgevoerd door o.a. Nadar Ensemble, Ictus, Ensemble Mosaik, Nikel Ensemble, Musikfabrik, Ensemble Modern. Hij werkte reeds samen met onder meer Yaron Deutsch, Stéphane Ginsburgh, Séverine Ballon, Frederik Croene en Mark Knoop. Podia waarop Prins’ muziek te horen is, zijn onder andere de Donaueschinger Musiktage, de Wittener Tage für Neue Kammermusik, de Darmstadt Ferienkurse, Ultima Festival Oslo, Wien Modern, Ars Musica, Transit Festival, Huddersfield Contemporary Music Festival, en Musica Viva Festival. Daarnaast verschijnt zijn muziek onder de labels van Sub Rosa, Wergo en Kairos.
Samen met Pieter Matthynssens is Stefan Prins artistiek leider van Nadar Ensemble.
Prins geeft regelmatig masterclasses en workshops in compositie, improvisatie en interdisciplinaire samenwerkingen. Als docent was hij reeds te gast tijdens de Ferienkurse in Darmstadt (2016, 2018, 2021, 2023), Impuls Academy Graz (2017, 2021), Nadar International Summer School (2017, 2019) en Mixtur Festival (2019). Sinds 2018 was hij gastdocent compositie aan de Hochschule für Kunste Bern en de Norwegian Academy for Music Oslo. Sinds maart 2020 is hij professor compositie en directeur van ‘Hybrid Music Lab’ aan de Hochschule für Musik ‘”Carl Maria Von Weber” in Dresden.
Werkbespreking
Prins beschouwt No habrá una sola cosa que no sea una nube (2002-2003) als zijn opus 1. Hier begint zijn zoektocht naar een actuele en zinvolle relatie tussen componist, partituur, uitvoerder, luisteraar en maatschappij. In deze partituur gebruikt Prins in functie van het beoogde klankresultaat verschillende notatiewijzen naast elkaar. Zo gebruikt hij in sommige delen de traditionele ritmische notatie, terwijl hij in andere delen een tijdsnotatie gebruikt. In het vijfde deel integreert Stefan Prins een aantal vrijheden voor de muzikanten. Zo wordt de synchronisatie tussen verschillende partijen vaak niet exact bepaald en krijgen de uitvoerders binnen hun eigen partij ook vrijheden op het vlak van duur, herhalingen, melodisch materiaal, enz. Hoewel reeds in deze compositie de tendens naar een hedonistische omgang met klank aanwezig is, zal hij pas in zijn Etude intérieure #1 (2004) de zoektocht naar de betekenis van klank als compositorische bouwsteen starten. Dit werk heeft eveneens een andere constante, die we wel vaker bij Prins aantreffen, namelijk het permanent in vraagstellen van bestaande mechanismen, tradities, denk- en werkwijzen. Zo stapt Stefan Prins in Etude intérieure #1 af van het traditionele gebruik van muziekinstrumenten. Hij gebruikt de gehele piano als klankproducerend voorwerp. Met knikkers gaat hij rechtstreeks op de snaren spelen. Zo verkrijgt hij een nieuw, omvangrijk klankuniversum. Prins werkt hiervoor een eigen notatiesysteem uit, waarin hij niet van een absoluut maar van een relatief toonbegrip vertrekt. Het op zoek gaan naar de ideale notatiesystemen bij het door hem vooropgestelde klankresultaat, zal vanaf dan een belangrijk kenmerk van zijn compositiewijze worden. Een derde belangrijk en nieuw aspect in Etude intérieure #1 is het onderzoek naar de werking van het geheugen in de tijd. Dit wordt één van de structurele parameters van dit werk. De bewuste betiteling étude is te interpreteren als een commentaar op (en knipoog naar) de muziekhistorische traditie. Een étude was een virtuoos pianowerkje dat een bepaalde technische moeilijkheid tot doel nam. In deze compositie is er echter sprake van een abstrahering van die technische virtuositeit door volledig af te stappen van de traditionele manier van spelen. Een laatste, niet onbelangrijk, element is het visuele of muziektheatrale aspect. Ook hierin komen Prins’ ervaringen als improvisatiemuzikant naar boven. In Erosie (Memory Space #1) (2005) koppelde Prins het fenomeen erosie aan de manier waarop het menselijke geheugen functioneert. Met de computer maakte hij een algoritme dat het proces van vergeten en zich herinneren moest weergeven. Voor het eerst gebruikt Prins de computer als vormgevende factor van de compositie.
In Memory Space #2 (2006) bouwt Prins op datzelfde algoritme verder en voegt hij er ook live electronics aan toe. Verschillende lagen van geheugen zijn in dit werk te onderscheiden. Eerst en vooral is er het geheugen van de componist, dat in de partituur is weergegeven. Ten tweede is deze compositie opgevat als een concertant werk voor blokfluit en kwartet. De blokfluit reikt het meeste muzikaal materiaal aan, terwijl het kwartet fungeert als een reservoir waar het materiaal in terechtkomt, net zoals het in iemands geheugen zou doen. Verder is er ook het geheugen van de uitvoerder dat gevormd wordt tijdens het instuderen en spelen van de partituur. Ook dit wordt door de componist benut. Door lege plaatsen, ‘memory spaces’, in de partituur te laten, geeft hij de uitvoerders de kans te improviseren met materiaal dat zich in hun geheugen gevestigd heeft. Last but not least, is er het technologische geheugen. Het digitale, perfecte geheugen wordt ‘gevuld’ tijdens de uitvoering en kan zo bepaalde passages (getransformeerd) reproduceren tijdens het verdere verloop van de compositie.
Improvisatie is een essentieel element in Stefan Prins’ muzikale denken. In Ventriloquium (2006) voor trio (amplified cello, elektrische gitaar en percussie), improviserend duo en live electronics wil hij de grenzen tussen improviseren en uitvoeren nog verder aftasten. De keuze voor een hybride ensemble van zowel klassieke als improviserende muzikanten is vanuit dat uitgangspunt te verklaren. Ook draagt deze compositie, zoals meerdere werken van Stefan Prins, een culturele en maatschappelijke betekenis in zich. De gedachte achter deze compositie is afkomstig van een tekst van Derrida, die stelt dat het onmogelijk is te improviseren. Volgens Derrida vallen we altijd terug op ‘namen’ die in ons geheugen en in onze cultuur zijn voorgeprogrammeerd. Prins wil via het in vraag stellen van de mogelijkheid tot improviseren nadenken over hoe je als individu een positie kan innemen in een overkoepelende structuur of maatschappij (in dit geval de compositie). De twee improviserende musici krijgen enkele zeer algemene speelinstructies die hun positie binnen het geheel omschrijven. De klassiek geschoolde musici krijgen een overwegend traditioneel uitgeschreven partituur, waarin op welbepaalde momenten openingen komen die een interactie met de improviserende musici toelaten. Net in die verschillende vormen van interactie schuilt Prins’ onderzoek naar de positie van het individu in een overkoepelende eenheid. Net als in zijn andere werken wil Prins afstappen van de hiërarchische structuur van componist-partituur-muzikant. Hij pleit voor een groter engagement bij zowel de componist als de uitvoerder, en voor het belang van de samenwerking met de uitvoerder als gelijkwaardige partner. In zijn werk wil hij de maatschappij en de relatie tussen individu en maatschappij (dus ook technologie) van vandaag op een metaforische en muzikale manier bevragen.
Dit technologische aspect komt aan bod in de Fremdkörper-cyclus. De cyclus is geïnspireerd op het moment van de zogenaamde technologische singulariteit, waarin intelligentie en kunstmatige intelligentie gelijk aan elkaar zouden komen te staan. De idee dat de vooruitgang van de techniek uiteindelijk de mens zal voorbijstreven staat aan de basis van de driedelige cyclus voor wisselende ensemblebezetting en live electronics. Het woord ‘Fremdkörper’, vertaald als vreemd object of indringer, heeft in deze context verschillende betekenissen: enerzijds is de technologie ten opzichte van het lichaam een ‘Fremdkörper’, anderzijds is ook het lichaam ten opzichte van de technologie een indringer. In Fremdkörper #1 (2008) heeft elk instrument daarom een technologische pendant. Dat kan een versterker zijn, maar ook een op voorhand opgenomen soundtrack van het instrument zelf. Het instrument en zijn verlengstuk spelen in het begin nog afwisselend, maar naarmate de compositie vordert, versmelten ze gaandeweg met elkaar. In tegenstelling tot Fremdkörper #1, waar de klanken enkel afkomstig zijn van de instrumenten zelf, gebruiken Fremdkörper #2 (2010) en Fremdkörper #3 (2010) respectievelijk gemanipuleerde audiofragmenten van het internet en intro’s van Michael Jackson. Daarnaast gebruikt Stefan Prins in de Fremdkörper-cyclus alledaagse voorwerpen als muziekinstrumenten. Op die manier plaatst hij niet alleen de alledaagse voorwerpen, de zogenaamde Fremdkörper, in een nieuwe context, maar stelt hij ook het traditionele muziekinstrument in een nieuw licht.
De aandacht voor het lichamelijke die in Fremdkörper naar voren kwam, komt ook terug in composities zoals I’m your body (2013), Flesh+Prosthesis #1 en #3 (2013/2014), Hände ohne Orte (2016-17) en This Body Functions Effectively (2019), een atypische compositie voor hoorn solo, zonder technologische snufjes.
Het werken met compositiecyclussen blijft een constante in Prins’ oeuvre. Na Piano Hero #1 en #2 in 2011 volgt in 2016 Piano Hero #3 en een jaar later #4. In deze composities staat de ontkoppeling van actie en reactie centraal, iets wat we met een meer maatschappijkritische ondertoon ook terugvinden in Generation Kill (2012). Prins werd geraakt door de impact van sociale media en video op de manier waarop de hele wereld een conflict, zoals de Arabische Lente, beleeft. Daarnaast hielden de gedachten van het groeiend aantal camera’s in het openbaar, Prins bezig. Een ander aspect van de manier waarop live beelden onze maatschappij veranderen, is het gebruik van onbemande drones in oorlogssituaties. Militaire operaties kunnen vanop eender welke plek uitgevoerd worden. Het werk vertolkt een samenleving die steeds meer wordt gemonitord, de groeiende invloed van internet en sociale media, gevoed door video’s gemaakt met smartphones en andere multimedia-apparatuur en de impact van videogames. In Generation Kill maken de muzikanten gebruik van spelconsoles, en wordt de overlapping van realiteit en virtualiteit gethematiseerd. Muzikanten worden geconfronteerd met opgenomen en gemanipuleerde beelden van zichzelf en elkaar, en wie aan de game controller zit heeft de macht in handen. In datzelfde jaar schreef Prins een herwerkte versie voor een kleinere bezetting Generation Kill – Offspring #1. In 2023 kwam daar Generation Kill – Offspring #2 bij. Die herwerkingen noemt Prins het ‘actualiseren van zijn repertoire’, de ontwikkeling van zijn muzikale taal is immers continu in beweging. In de laatste versie voor solo klarinet blijft de klarinettist zowel op het scherm al in de zaal als laatste over.
In FITINGinSIDE (2007) is de ruimtelijke omgeving deel van de compositie. Uitgerust met koptelefoon maakt het publiek eerst een wandeling in de buurt van de concertlocatie. Tijdens de wandeling vermengen de omgevingsgeluiden zich met tromboneklanken op de tape die ze via de koptelefoon te horen krijgen. Aangekomen in de concertzaal neemt de trombonist het over van de tape, maar gaat de tape naadloos over in fieldrecordings van omgevingsgeluiden. Binnen wordt buiten, buiten wordt binnen. Datzelfde idee van klankvermenging wordt ook in Mesh (2024) uitgewerkt. Met behulp van de koptelefoons ontstaat een driedimensionale luisterervaring. Toch schreef Prins het op zo’n manier dat de koptelefoons een meerwaarde zijn, maar geen noodzakelijkheid.
Het werk van Stefan Prins toont een diepgaande fascinatie voor de interactie tussen mens, instrument en technologie. Zijn inspiratie voor Inhabit_Inhibit (2019) vond hij in een filosofisch idee van Thimothy Morton: menselijk veroorzaakte ecologische veranderingen versterken elkaar via feedback tot ze onbeheersbaar worden, hierdoor leven we volgens hem in de ‘zesde massa uitsterving’. Inhabit_Inhibit kan gezien worden als een herinterpretatie van een concerto grosso. Terwijl de harp en piano de solisten zijn, vormen vier lage blaasinstrumenten een prominente tussenlaag. Het gebruik van technologie, zoals microfoons en luidsprekers, creëert een unieke sonische dimensie, waarbij geluidsgolven en fysieke interactie met de instrumenten een cruciale rol spelen. Daarmee introduceert Prins een zekere onvoorspelbaarheid. De feedback, deels gemanipuleerd door uitvoerders met behulp van de kleppen op hun instrument en hun positie ten opzichte van de versterker, deels gecontroleerd door aangepaste software, ontsnapt aan de volledige controle en laten klanken toe die normaal gezien onder sturing staan van de uitvoerders. De begeleiding door vier gemengde kwartetten voegt een derde, rijke textuurlaag toe, wat zorgt voor een complexe, gelaagde klankwereld. Door de muzikanten het publiek te laten omringen, lijken de klanken van overal in de zaal te komen.
De reeks Inhibition Space werkt Prins dit idee van feedback verder uit. De werken in de reeks bestaan uit kleinere bezettingen, maar de verbanden tussen uitvoerders, instrumenten, technologie en omgeving blijven centraal. In Inhibition Space #1 (2020) voor een trio van lage blaasinstrumenten (basfluit, baritonsaxofoon en basklarinet) wordt de nadruk gelegd op de samenwerking tussen de diepe, resonante klanken van deze instrumenten en de feedbacktechnologie. Inhibition Space #2 (2021) richt zich dan weer op de solo basklarinet waardoor de solist een dialoog aangaat met zowel het instrument als de feedback die door technologie worden versterkt.
In 2007 experimenteerde Stefan Prins al eerder met de elektrische gitaar als solo-instrument in het werk Not I. In 2020 keerde hij terug naar het instrument als centrale rol. Hij werkte, mede dankzij zijn langdurige samenwerking en vriendschap met elektrische gitarist Yaron Deutsch, waarvan Fremdkörper #2 uit 2009 al een artistiek resultaat was, aan een stuk voor solo elektrische gitaar en orkest: under_current (2021-2022). In dit werk zoekt Prins verder naar een balans tussen technologie en menselijkheid. Waar in Not I een computer de klanken manipuleerde voordat ze uit de versterker klonken, gebeurt de manipulatie in under_current live, via pedalen die de gitarist zelf bedient. Het orkest fungeert als grote analoge versterker, naast de elektronische versterking van de gitaar. De interactie tussen de verschillende soorten versterkers, zowel analoog als elektronisch, vormt de kern van het werk.
Niet alleen met technologie breidt Stefan Prins zijn palet uit. Hij vergroot ook zijn instrumentarium: skin deep #1 (2023) is het eerste stuk waarin hij met stem werkt. Daarin zoekt hij de mogelijkheden en limieten van de menselijke stembanden op.
Werklijst
Solo werken:
Youth works for piano (1990-1991); Memory Space #3 voor trompet/bugel en live electronics (2006) (op choreografie van Natascha Moschini en Dorothée Depeauw); FITTINGinSIDE (2007); Not I voor elektrische gitaar en live electronics (2007); Ensuite voor cello solo (2008); Piano Hero #1 voor midi-keyboard, webcam, live video en live electronics (2010); Piano Hero #2 voor midi-keyboard, vleugelpiano, webcam, live video en live electronics (2010); Piano Hero #3 voor piano en live elektronica (2016); Piano Hero #4 voor midi-keyboard, elektronica en video (2017); This Body Functions Effectively voor hoorn (2019); Inhibition Space #2 voor basklarinet en live elektronica (2021); Situations – VIDEO voor contrabas en live electronics op video (2022); Generation Kill – Offspring #2 voor één muzikant met game controller en live video (2023).
2-4 muzikanten:
In memoriam Luciano Berio (deel uit No habra una sola cosa que no sea una nube) voor inside piano en fagot/contrafagot (2003); inDEPENDENCE voor strijkkwartet, teruggetrokken (2004); Erosie (Memory Space #1) voor altviool en bayan/accordeon (2005); Fremdkörper #1 voor fluit/piccolo, elektrische gitaar, percussie, cello en live electronics (2008); Infiltrationen (Memory Space #4) voor elektrisch gitaatkwartet en live electronics (2009); Fremdkörper #2 voor sax/klarinet, percussie, piano, elektrische gitaar en live electronics (2010); Generation Kill – offspring 1 voor percussie, cello, muzikanten met gamecontrollers, 2 videoprojecties en live electronics (2012); Flesh+Prosthesis #0-2 voor tenorsax, percussie, piano, elektrische gitaar, vierkanaals soundtrack (2013); Mirror Box (Flesh+Prosthesis #3) voor sopraan- en tenorsax, percussie, piano en elektronica (2014); Hände ohne Orte voor (bas)klarinet, percussie, piano, cello en soundtrack (2017); Inhibition Space #1 voor basfluit, basklarinet, baritonsaxofoon/bashobo en live electronics (2020); Inhibition Space #3 voor tenorsaxofoon, percussie en live electronics (2022).
5+ muzikanten:
No habra una sola cosa que no sea una nube voor piano en houtblaaskwartet (fluit/piccolo, hobo, klarinet/basklarinet, fagot/contrafagot) (2003); Memory Space #2 voor blokfluit, piano, elektrische gitaar, percussie, contrabas en live electronics (2005); Ventriloquium voor cello, elektrische gitaar, percussie, 2 improviserende musici en live electronics (2006); Infiltrationen (Memory Space #4) voor elektrisch gitaatkwartet en live electronics (2009); Fremdkörper #3 (mit Michael Jackson) voor 11 muzikanten en sampler (2010); Park voor elektrische gitaarkwartet, live electronics en performers (2012); Generation Kill voor cello, percussie, elektrische gitaar, viool, 4 muzikanten met gamecontrollers, 4 videoprojecties en live electronics (2012); I’m your body voor 14 muzikanten en vierkanaals soundtrack (2014); Mirror Box Extensions voor 7 muzikanten, elektronica en video (2015); Infiltrationen 3.0 voor strijkkwartet, 2 muzikanten met FX pedalen en live-elektronica (2016); Third Space voor 10 muzikanten, dirigent en live elektronica (2018); inhabit_inhibit voor feedback-versterkte muzikanten, 4 gespatialiseerde kwartetten en live elektronica (2020); Mesh voor basklarinet, trombone/euphonium, percussie, elektrische gitaar, cello, live electronics (en optioneel hoofdtelefoons voor publiek) (2023).
Orkestmuziek:
Körper voor kamerorkest (2009); Plug ’n Play voor laptop en groot ensemble (2010); under_current voor elektrische gitaar en symfonisch orkest (2021).
Instrument(en) en live electronics:
Memory Space #2 voor blokfluit, piano, elektrische gitaar, percussie, contrabas en live electronics (2005); Schling!, een electroakoestische performance-installatie (2005) (ism Frederik Croene en Eva-Maria Bogaert); Ventriloquium voor cello, elektrische gitaar, percussie, 2 improviserende musici en live electronics (2006); Memory Space #3 voor trompet/bugel en live electronics (2006) (op choreografie van Natascha Moschini en Dorothée Depeauw); Not I voor elektrische gitaar en live electronics (2007); Fremdkörper #1 voor fluit/piccolo, elektrische gitaar, percussie, cello en live electronics (2008); Infiltrationen (Memory Space #4) voor elektrisch gitaatkwartet en live electronics (2009); Plug ’n Play voor laptop en groot ensemble (2010); Fremdkörper #2 voor sax/klarinet, percussie, piano, elektrische gitaar en live electronics (2010); Fremdkörper #3 (mit Michael Jackson) voor 10 instrumenten en sampler (2010); Piano Hero #1 voor midi-keyboard, webcam, live video en live electronics (2010); Piano Hero #2 voor midi-keyboard, vleugelpiano, webcam, live video en live electronics (2010); Generation Kill voor cello, percussie, elektrische gitaar, viool, 4 muzikanten met gamecontrollers, 4 videoprojecties en live electronics (2012); Generation Kill – offspring 1 voor percussie, cello, muzikanten met gamecontrollers, 2 videoprojecties en live electronics (2012); Flesh+Prosthesis #1 voor tenorsax, percussie, piano, elektrische gitaar, vierkanaals soundtrack (2013); I’m your body voor 14 muzikanten en vierkanaals soundtrack (2014); Mirror Box (Flesh+Prosthesis #3) voor sopraan- en tenorsax, percussie, piano en elektronica (2014); Mirror Box Extensions voor 7 muzikanten, elektronica en video (2015); Infiltrationen 3.0 voor strijkkwartet, 2 muzikanten met FX pedalen en live-elektronica (2016); Piano Hero #3 voor piano en live elektronica (2016); Hände ohne Orte voor (bas)klarinet, percussie, piano, cello en soundtrack (2017); inhabit_inhibit voor feedback-versterkte muzikanten, 4 gespatialiseerde kwartetten en live elektronica (2020); Inhibition Space #1 voor basfluit, basklarinet, baritonsaxofoon/bashobo en live electronics (2020); Inhibition Space #2 voor basklarinet en live elektronica (2021); Inhibition Space #3 voor tenorsaxofoon, percussie en live electronics (2022); Mesh voor basklarinet, trombone/euphonium, percussie, elektrische gitaar, cello, live electronics (en optioneel hoofdtelefoons voor publiek) (2023).
Instrumenten en video:
Piano Hero #1 voor midi-keyboard, webcam, live video en live electronics (2010); Piano Hero #2 voor midi-keyboard, vleugelpiano, webcam, live video en live electronics (2010); Generation Kill voor cello, percussie, elektrische gitaar, viool, 4 muzikanten met gamecontrollers, 4 videoprojecties en live electronics (2012); Generation Kill – offspring 1 voor percussie, cello, muzikanten met gamecontrollers, 2 videoprojecties en live electronics (2012); Mirror Box Extensions voor 7 muzikanten, elektronica en video (2015); Piano Hero #4 voor midi-keyboard, elektronica en video (2017); Situations – VIDEO voor contrabas en live electronics op video (2022); Generation Kill – Offspring #2 voor één muzikant met game controller en live video (2023).
(Niet live) electronische muziek:
A Room Without a View, een soundscape (2006); G.L.I.M., een tape (2006); This is it!, voor vast 2-kanaals medium (2010); Hybridae voor vast 8-kanaals medium (2012); Study for a Mirror Box voor vast 2-kanaals medium (2014); Peel voor vast 2-kanaals medium (2016).
Bibliografie
– Donaueschingen Memories, in Gegenwärtig. 100 Jahre Neue Musik. Die Donaeschinger Musiktage, Henschel Verlag, 2021 (p. 125-129).
– Interpretative and performative approaches to performing music with integrated video. Case study: Piano Hero #1, #2, & #4, in Movement to Sound, Sound to Movement. Interpreting multimedia piano compositions, Wolke Verlag, 2021 (p. 213-224).
– Watch me watch you watch me – instrumentalizing the audience’s gaze in the age of selfies (A Meta-Selfie), in ÖFFENTLICHprivat – (Zwischen)Raüme in der Gegerwartsmusik, Schott, April 2020.
– Modell für eine Hybride Welt – Gedanken zum Kompositionsunterricht, in Neue Zeitschrift für Musik, 2/2020, juni 2020.
– Offstage: Bilde rund Collagen, in MusikTxte, nr. 165, mei 2020.
– Stefan Prins: Vom Ingenieur zum Elektro-Freak, in Luzerner Zeitung, 20.02.2020.
– Corps hybrides dans les espaces hybrides, in Dissonance, nr. 140, december 2017.
– De kritische omhelzing van technologie en kunst, in Rekto:Verso, nr.72, juli 2016.
– Über das Multidimensionale, in Musiktexte, nr. 145, mei 2015.
– Theater van het Hybride Lichaam. Bewegen in onze augmented reality, in Kunsttijdschrift Vlaanderen, nr. 353, April 2015.
– Componeren vandaag. Luft von diesem Planeten, in Klangforum Agenda, 2013.
– Nadar combineert muziek en film met samples als uitgangspunt, in Oorgetuige, 2012.
– Kijk! Muziek, in Cobra, 2011.
– Speelkamer vol snaren en snoertjes, in Cobra, 2010.
Discografie
Composities:
– Etude intérieure #1 (Stefan Prins), Champ d’action 2004.
– Ventriloquium (Champ d´Action en collectief reFLEXible), Transit world premieres 2006.
– Memory Space #2 (Champ d’action and Tomma Wessel), CD-A 006 Champ d’action 2008.
– Fremdkörper #1-3, Ensuite, Not I, Etude Intérieure #1, Erosie (Memory Space #1), Infiltrationen, Ventriloquium, This is it! (Nadar Ensemble, Klangforum Wien, Nikel Ensemble, Champ d´Action en collectief reFLEXible, Zwerm, Agartha, Matthias Koole, Pieter Matthynssens, Stefan Prins), Sub Rosa 2012.
– Generation Kill (Nadar Ensemble), Neos 2013.
– I’m your body (Klangforum Wien en Emilio Pomarico), Kulturforum Witten-SWR, 2015.
– Fremdkörper #3 (mit Michael Jackson) (New Music Orchestra en Szymon Bywalec), Warshaw Autumn 2015, 2016.
– Fremdkörper #1 (Nadar Ensemble en Daan Janssens), Donaueschinger Musiktage 2015, 2016.
– Mirror Box (Flesh+Prosthesis #3) (Trio Accanto), 2017.
– Fremdkörper #2 en Flesh+Prosthesis #0-2 (Nikel Ensemble), 2017.
– DVD: Generation Kill, Mirror Box Extensions, Third Space en Piano Hero #1-4 (Kobe Wens, Nadar Ensemble, Klangforum Wien, Bas Wiegers en Stephane Ginsburgh), 2019
CD: Not I (2018 revised version) (Yaron Deutsch en Stefan Prins), Third Space (Klangforum Wien en Bas Wiegers) en Infiltrationen 3.0 (Nadar Ensemble, Johannes Westendorp, Kris Delacourt en Stefan Prins) 2019.
– Piano Hero #3 (Stephane Ginsburgh, Wannes Gonnissen en Stefan Prins), Warsaw Autumn Festival 2018, 2019.
– Hände ohne Orte (Decoder Ensemble), Wergo, 2019.
– Inhibition Space #2 (Dries Tack), Orlando Records, 2021.
– Inhibition Space #1 (Ensemble Mosaik), inhabit_inhibit (Ensemble Kollektiv Berlin), under_current (Yaron Deutsch en BBC Scottish Symphony Orchestra), Mesh (Nadar Ensemble), Sub Rosa, 2024.
Vrij geïmproviseerde muziek:
– ShadowS (duo met Horacio Curti), Ipso Facto Records 2001.
– Three improvisations for piano solo, Ipso Facto Records 2002.
– One to free for (trio met Thomas Olbrechts en Joachim Devillé), Disque Flexible 2002.
– [zonder titel] (Duo met Horacio Curti), Ipso Facto Records 2002.
– Realgar (Collectief reFLEXible), Amirani Records 2008.
– Cloud Chamber (Peter Jacquemyn en Stefan Prins), CampdAction Records, 2016.
Uitgever
In eigen beheer
Links
Vimeo: https://vimeo.com/stefanprins
YouTube: https://www.youtube.com/@stefanprinsmusic
SoundCloud: https://soundcloud.com/stefan-prins
Spotify: https://open.spotify.com/artist/2IsgXnsoPwOnARzNfnGbOO?si=eB7a-42jSW-qhMHQHJOUIg
Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Stefan_Prins
© MATRIX
Teksten van Bianca Van Roosbroeck, Sara Smalbrugge, Klaas Coulembier en Sieje Neyens
Laatste aanpassingen: 2025
http://www.stefanprins.be
stefan.prins@gmail.com
Collegelaan 20, 2140 Borgerhout