BLANCKAERT Joris (1976)

Joris Blanckaert werd geboren op 14 januari 1976 in Lokeren. Na zijn opleiding tot burgerlijk ingenieur met specialisaties in probabilistische methodes en risicoanalyse, startte Blanckaert in 2005 zijn studies aan het Koninklijk Conservatorium Gent. Hij studeerde er jazzaccordeon bij Rony Verbiest en behaalde een masterdiploma hedendaagse compositie bij Frank Nuyts (2011).

Naast diverse samenwerkingsprojecten met onder meer Symfonieorkest Vlaanderen, Spectra Ensemble, Emanon, Maeterlinck Quartet, Arsis4 en diverse solisten, was Blanckaert sinds 2001 als componist en als uitvoerend muzikant verbonden met de lichte muziekensembles bOOmfanfare (tot 2015) en bal des boiteux (tot 2008), waarmee hij een aantal albums uitbracht. Sinds 2008 is hij artistiek directeur van het kunstenaarscollectief Muzi a Zeny, waarin hij onder meer samenwerkte met sopraan Elise Caluwaerts, cellist Benjamin Glorieux, choreograaf NelleHens, en dramaturg Wannes Gyselinck. Vanaf 2009 deed Blanckaert onderzoek naar de realtime interactie tussen solist, computer en publiek, op basis van spectrale theorie en statistiek, met ondersteuning van kunstencentrum nOna. Een ander onderzoekstraject rond oog-oor-coördinatie in samenwerking met choreograaf/danseres Nelle Hens resulteerde in performances onder de noemer My Body, My Instrument.

Samenwerking met andere kunstenaars en muzikanten staat centraal in de activiteiten van Joris Blanckaert. Zo kwamen de kameropera The Wandering Womb en de lecture performance Tips & Tricks tot stand in nauwe samenwerking met Wannes Gyselinck. In 2015 kreeg Blanckaert de Provinciale Prijs voor muziek van de provincie Oost-Vlaanderen voor zijn opera elle est moi und töte mich. In 2019 won de voorstelling are we not drawn onward to new era de Edinburgh Fringe First Award. Van 2016 tot en met 2020 is hij componist in residentie bij De Bijloke.

 

Werkbespreking

Ondanks een al vrij indrukwekkende werklijst is het oeuvre van Joris Blanckaert nog steeds volop in ontwikkeling. Waar zijn vroege werk zich leek te focussen rond het schrijven voor kleinere ensembles, wordt zijn recente output eerder gekenmerkt door een grotere diversiteit aan mogelijke bezettingen en niet-conventionele uitvoeringsvormen. Desalniettemin kunnen enkele constanten worden aangewezen doorheen zijn oeuvre, zoals de frequente aanwezigheid van muzikale humor. Zo sloot Blanckaert bijvoorbeeld een concertprogramma rond Gioacchino Rossini’s Il barbiere di Siviglia af met Tournedos Final (2012), waarvoor hij niet alleen het recept van de tournedos rossini op muziek zette, maar waarbinnen het publiek ook op ludieke wijze werd uitgescholden en weggejaagd met behulp van een tekstfragment uit Rossini’s opera.

Blanckaerts opleiding en werk als burgerlijk ingenieur drukte een duidelijke stempel op zijn werk als componist. “Als ingenieur leerde ik telkens nieuwe problemen oplossen en steeds oplossingsgericht te denken.” De wiskundige technieken die ter beschikking staan zijn hiervoor een middel, en geen doel op zich. Op dezelfde pragmatische wijze benadert hij het gebruik van compositorische technieken. Focus op innovatie staat binnen zijn muzikale output centraal. Zo is Kinetic Score (2012) bijvoorbeeld een compositie die nog nooit werd gespeeld en ook nooit gespeeld zal worden: het gaat namelijk om een compositie die gedanst wordt. Tijdens een uitvoering van dit werk wordt de partituur visueel aanwezig gesteld op een 30 meter lange banner. Een danser beweegt vervolgens langs de banner als een cursor en interpreteert de partituur lichamelijk.

Bij het componeren stelt Blanckaert naast het innovatieve echter ook vaak het associatieve centraal. Een voorbeeld daarvan is het werk Antiphonal Traces of the Old City (2012), waarbij Blanckaert door het TRACK-festival gevraagd werd een compositie te maken rond de Machariuswijk te Gent. In groot contrast met de kale vlaktes en vervallen industriegebouwen die er vandaag de dag te vinden zijn, was de locatie vroeger moerasgebied. Een toevallig aanwezige vogel triggerde Blanckaerts compositorische fantasie, waaruit een compositie op basis van vogelgeluiden ontstond, die de luisteraar op zijn beurt aanzette tot een kritische reflectie over de stedelijke impact op onze habitat.

Ook het omarmen van invloeden vanuit de volkscultuur is steeds aanwezig doorheen Blanckaerts artistieke output, als een uitvloeier van zijn voorliefde voor het oeuvre van Benjamin Britten en Igor Stravinsky. Die volkse elementen komen dan meestal onbewust terug op vlak van ritmiek, of bewust in de vorm van citaten. “Waarschijnlijk is mijn muziek gewoon de som van wat ik al gehoord heb, plus mijn eigen achtergrond.

Een constante in het werk van Blanckaert is het gebruik van de menselijke stem. Dat doet hij zowel solistisch (NOspeech, C-Quintet) als in collectief, en natuurlijk ook in de context van de verschillende opera’s en muziektheatercomposities. Eén van de opmerkelijkste realisaties in dat verband is het grootschalige City of EAR dat het sluitstuk vormde van het bekende festival Odegand in 2019. In deze compositie komen verschillende aspecten van Blanckaerts werk samen. Het componeren voor de menselijke stem, de verbinding met de maatschappelijke context, en een (politiek) kritische kijk op de wereld. De compositie werd uitgevoerd door 25 koren die een aanzienlijk deel van het historisch centrum van de stad Gent innamen, en veranderde op die manier het lawaai van een hedendaagse stad. De participatie van honderden (amateur)zangers, en de kritische houding ten opzichte van de contemporaine stedelijkheid zijn belangrijke elementen in het recente oeuvre van Blanckaert, die er overigens ook buiten zijn muziek niet voor terugdeinst zich te mengen in het publieke debat over actuele thema’s.

 

Werklijst

Arrangementen: Britten Adaptations (2012) voor fluit, piccolo, klarinet in A & Bb, basklarinet, hoorn, percussie, xylofoon, vibrafoon, piano, twee violen, altviool, cello en contrabas: arrangementen van fragmenten uit Benjamin Brittens opera’s Midsummer Night’s Dream, Peter Grimes, The Rape of Lucretia en The Turn of the Screw, in opdracht van Operastudio Vlaanderen; Two Ballads (Mother Comfort & Underneath the Abject Willow) (2012) voor kamerorkest (fluit, klarinet, hoorn, percussie, vibrafoon, piano, twee violen, altviool, cello, contrabas, sopraan en mezzosopraan): orkestratie van Benjamin Brittens Two Ballads voor piano en 2 stemmen.

Elektronische muziek: Antiphonal traces from Blandinium (2012); RE:flection (2019).

Kamermuziek: Djinn (2004) voor fluit, gitaar, accordeon, viool en contrabas; Hermes (2004) voor reed pipes, accordeon, viool en contrabas; Desperado (2006) voor elektrische gitaar, percussie, accordeon, viool en contrabas; Oiseau Désir (2006) voor elektrische gitaar, drums, accordeon, viool en contrabas; de maan, de rivier, de kano, de man. en de zee. (2007) voor klarinet, altsax, tuba, percussie, accordeon en viool; Kollerud (2008) voor vibrafoon, accordeon, viool, cello en contrabas; Heroes (2009) voor klarinet, altsax, tuba, percussie en accordeon; La Montagne (2009) voor cello en contrabas; Kraaien Suite (2009) voor fluit, basklarinet, tenorsax, tuba, accordeon en viool; Atlantik (2009) voor fluit, blokfluit, klarinet, glazen hoorns, tuba, piano, accordeon, twee violen, cello en contrabas; Summer City (2010) voor drie pijporgels en percussie, in opdracht van MiramirO; Lionel (2010) voor klarinet, altsax, tuba, ondes martenots, percussie en accordeon, in opdracht van CirQ & Handelsreizigers in Ideeën; Droom-Zappen (2010) voor fluit, klarinet, fagot, hoorn, melodica, pauken, percussie, xylofoon, vibrafoon, piano, twee violen, altviool, cello, contrabas en chansonnier (met stembereik van een bariton): soundtrack voor de Welterusten-illustraties van Sebastiaan van Doninck, in opdracht van Spectra Ensemble; Atlantik B (2010) voor fluit, klarinet, tamtam, pauken, piano, accordeon, viool, altviool, cello en contrabas; The Pastajungle Variations (2011) voor fluit, basklarinet, viool, altviool, vocalist, sopraanblokfluit, melodica, trombone en gitaar, in opdracht van vzw Wit.h; Automaton (2011) voor solo tuba en live electronics, in opdracht van Hardscore vzw; Automaton NeXT (2011) voor solo tuba en live electronics, in opdracht van Muziekcentrum De Bijloke; The Babel Paradox (2012) voor fluit, basklarinet, viool, altviool, vocalist, sopraanblokfluit, melodica, tugboat whistle, pauken, percussie en gitaar: grafische videocompositie in opdracht van vzw Wit.h, Spectra Ensemble en Musica; Antiphonal Traces from Blandinium (2012) voor viool, percussie en live electronics, in opdracht van TRACK Gent; C-Quintet voor klarinet, strijkkwartet, mannelijke sopraan en vrouwelijke verteller (2014); are we not drawn onward to new era (2015); Sense/Coaliscence voor stem en ensemble (2015); THE DRUIDS, WHO KNOW, SEE AND HEAR NOTHING (2017); TGTBT – I hit you because I love you voor sopraan, fluit, harp, altviool (2017); Zooropa Revisited voor synthetische strijkers, harp, cello en conga (2017); Loopstation voor 4 vrouwenstemmen (2018); 3 Foreignerprints voor ney, accordeon en viool (2018); NOspeech voor tapdansende sopraan en wijnglazen (2019).

Muziektheater: Kraaien (2009) voor fluit, klarinet, basklarinet, sopraansax, tenorsax, tuba, accordeon en viool, in opdracht van Muzi a Zeny vzw; Blaaskop (2012); Tips & Tricks (2015); Simple as ABC #2: KEEP CALM & VALIDATE voor (bas-klarinet, viool, cello, percussie, alt en bariton (2017).

Opera: L’Algerino in Italia (2010) voor hobo, accordeon, viool, cello, contrabas, 4 stemmen (S/A/T/Bariton): kameropera in 2 aktes, Italiaans libretto door Dirk Opstaele, in opdracht van MAfestival Brugge; The Wandering Womb voor sopraan, viool en cello  (2013): muziektheater in negen scènes, Engels libretto door Wannes Gyselinck; Elle est moi und töte mich – an oneiric opera on Romy Schneider voor 11 stemmen, percussie, piano en strijkers (2013): opera in drie actes.

Pianomuziek: Airs Volatils (Vol, Volée) (2008): twee etudes voor pianosolo.

Strijkkwartet: K-Quartet (2011) in twee bewegingen, met optionele illustraties door Annemieke Elst; Kinetic Score (2012) met choreografie voor het menselijke lichaam.

Orkestmuziek: Julierpass (2008); Tournedos Final (2012), in opdracht van Symfonie-orkest Vlaanderen; #-1, Moments before… (2018).

Koor: Grotesques (2014); RE:call | City of EAR voor 1000 zangers of 30 koren (2019).

 

Discografie

– Desperado, op SMALL HOUSE, WIDE OPEN VIEW, (bal des boiteux), Keremos Records, 2006.
– Djinn, op GODS & HORSES, (bal des boiteux), Handelsbeurs Records, 2004.
– Hermes, op GODS & HORSES, (bal des boiteux), Handelsbeurs Records, 2004
– Heroes, op PARACHUT !, (bOOmfanfare), CirQ, 2009.
– Ile 32, op GODS & HORSES, (bal des boiteux), Handelsbeurs Records, 2004.
– Oiseau Désir, op SMALL HOUSE, WIDE OPEN VIEW, (bal des boiteux), Keremos Records, 2006.

 

Uitgever

Hardscore Editions

 

Links

Joris Blanckaert op SoundCloud ->

 

© MATRIX
Teksten van Christine Dysers en Klaas Coulembier
Laatste aanpassingen: 2020, werklijst 2020

http://www.jorisblanckaert.be 


Adolf Baeyensstraat 190, 9040 Gent

+32 (0)485 895 444

Partituren in MATRIX

Alle componistenfiches