Schrijf je hier in op de spOren-nieuwsbrief! Of neem contact op als je vragen of suggesties hebt over de inhoud.

What's that Sound?

In deze vaste rubriek van spOren nodigen we uit je oren te openen en even de tijd te nemen om te luisteren. Wat hoor je? Welke sensaties neem je waar? Klik vervolgens door om te vernemen wat je precies gehoord hebt. Verrast?

Het is een schelp die met de juiste benadering transformeert tot een heus muziekinstrument. Spiral Consort, een ensemble met Bert Bernaerts exploreert de mogelijkheden van deze 'oertrompetten' en creëert een uniek samenspel van intrigerende klanken.

Deze instrumenten en enkele werkvormen om ermee aan de slag te gaan worden trouwens ook beschreven in de partiturenbundel No(w) Brass van MATRIX.

Interne keuken

Daan Janssens over de 'mise en place' voor Wie aus der Ferne

Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Volgens enkele van zijn collega schrijvers is dit een van de mooiste zinnen die de recent overleden Jeroen Brouwers ooit schreef. Waarschijnlijk heeft mijn interpretatie niet veel te maken met de context waarin Brouwers die woorden schreef, maar toen ik die zin enkele weken geleden tegenkwam, kon ik niet anders dan vaststellen dat hij heel erg van toepassing is op de zoektocht die ik als componist de laatste vijftien jaar aflegde.

Context & interview
“Het zijn allemaal uit de hand gelopen grappen"

Ann Eysermans in gesprek met componist Karel Stulens

Normaal gesproken zou ik de trein naar Antwerpen-Centraal hebben genomen om 13u10, maar die was afgeschaft. Omwille van mogelijks nog méér vertragingen hebben Karel en ik beslist het interview online te laten plaatsvinden.

In welke stijl plaatst u zichzelf als componist?
In de conceptuele muziek, waarbinnen wel heel wat gradaties te onderscheiden zijn. Conceptuele muziek bestaat voor mij uit gedachte-experimenten of ideeën die een werk kunnen bepalen of vormen. Ik kan bijvoorbeeld ook een ‘klassiek’ werk creëren, waarin conceptuele elementen vervat zitten. De laatste jaren werk ik meer en meer met formats of werksystemen waarmee uitvoerders aan de slag kunnen gaan. Ik wil hen niet (meer) een afgewerkte partituur geven en zeggen: ‘hier, studeer maar’. Het gaat hierbij niet zozeer over een verhaal of concept achter een werk. Mensen zeggen weleens over mijn werk Don’t be a sucker (2018) dat het conceptueel is, maar eigenlijk is het een compositie voor ensemble met een politieke lading die eerder thuishoort binnen muziektheater. Conceptuele muziek draait rond een idee, en dat idee is de motor voor de uitkomst van het werk. Het is mijn definitie van conceptuele muziek – zonder dictatoriaal te willen zijn.

In welke mate zijn uw werken conceptueel en waarom zijn ze dat? Kunt u een voorbeeld geven?
IPhone Ensemble (2019) is eigenlijk een ‘omgekeerd’ muziekstuk. Door heel wat composities van hedendaagse componisten alsook mijn eigen werken te hebben geanalyseerd, kwam ik tot de vaststelling dat wij (componisten) heel vaak hetzelfde doen, door dezelfde mensen worden beïnvloed en gelijkaardige inspiraties opdoen. Door deze analyses te maken kon ik veel nieuwe-muziekwerken zien als een samenstelling van verschillende categorieën aan veelgebruikte technieken of stijlfiguren, een soort van stereotypen eigenlijk. Door stil te staan bij die stereotypen kwam ik bij Garageband terecht, een zeer toegankelijke app van Apple om muziek te maken en te produceren. Na een paar klikken ben je al op weg om je eigen nummers te maken aan de hand van samples, die vaak erg generisch zijn maar daardoor ook goed werken. Ik vroeg me af of dit ook van toepassing zou kunnen zijn op Neue Musik. Zouden de ervaringen van muzikanten binnen de nieuwe muziekwereld kunnen aangesproken worden, om bepaalde stereotypen te kunnen achterhalen? Als ik zeg ‘bleeps en blops’ of ‘erupties’, weten uitvoerders dan wat ik bedoel? Wat ze zouden kunnen/moeten spelen? Hun antwoorden waren onmiddellijk: ja! Ik vroeg hen korte stukjes of improvisaties op te nemen aan de hand van 7 soorten stereotypen, die ze via hun iPhone en een Max/MSP-patch konden raadplegen. Op die manier werd het mogelijk om nieuwe muziek te  genereren met hun IPhone, analoog aan het systeem dat binnen de popmuziek wordt gehanteerd. Dat werkte verdacht goed. De componist werd overbodig!

Dat klinkt als een geweldig idee. Hoe heeft u dit verder aangepakt? Het idee moet immers uitgevoerd, gecommuniceerd worden?
Dat blijft een relevante vraag binnen de conceptuele muziek: hoe ga je een idee of concept communiceren? Maakt het concept zelf deel uit van de compositie of moet je het werk voorzien van extra uitleg, via een programmablaadje bijvoorbeeld? Het concept kan volledig samenvallen met het werk, waardoor het ‘zichzelf’ communiceert. Het mooiste voorbeeld hiervan is 4’33” (1952) van John Cage, waarin hij aan de uitvoerder vraagt om níet te spelen, gedurende 4 minuten en 33 seconden. Voor IPhone Ensemble wilde ik een presentatie geven zoals de mensen van Apple dat ook doen/deden bij de voorstelling van een nieuw product, zoals de IPhone. Mijn nieuwe app werd dus voorgesteld op gelijkaardige wijze, op het podium in de concertzaal – wat zeker het concept versterkte via deze benadering. Het genereerde een interessante feedback-loop: het ene idee versterkt het andere, de uitkomst intensiveert het initiële idee. Deze feedback-loop vormt voor mij een belangrijk aspect binnen de conceptuele muziek. 5’08” (2019), een andere conceptuele compositie van mijn hand, is 4’33” met reclame ertussen. Ik wilde dit belangrijke werk binnenhalen in de 21ste eeuw. Reclame – aanwezig op radio, televisie en internet, maar ook op festivals (visueel dan) – maakt vandaag deel uit van onze muzikale beleving. We zijn opgelucht als de reclame verdwijnt zodat we ons kunnen wijden aan het luisteren naar muziek die we willen horen. Met de reclame in 4’33” ontstaat er een bijzonder spanningsveld omdat er stilte klinkt. Misschien gaan we hier wel ‘uitkijken’ naar de reclamefragmenten omdat de stilte ons na enige tijd begint te vervelen? Dit spanningsveld versterkt ook hier opnieuw de idee.

Aan welke aspecten dient een compositie te voldoen om conceptueel te zijn, volgens u?
Het meest ideale scenario? Zoals gezegd: als het idee of concept volledig op zichzelf kan spreken of communiceren. Als het idee de motor is voor de uitkomst van het werk. Zoals een machine die je aanzet een output genereert die onmiskenbaar van het oorspronkelijke idee afkomstig is. Als het idee zelf een genotsmiddel wordt, dan is het werk helemaal geslaagd.

Volstaat de voorstelling van het idee of is het noodzakelijk dat het idee wordt gecommuniceerd of uitgevoerd, om werkelijk te kunnen bestaan?
Soms is de gedachte omtrent het bestaan van een idee reeds genoeg. De uitvoering is dan eigenlijk geen noodzakelijke voorwaarde om het te doen slagen. Bijvoorbeeld weten dat er een werk bestaat waarin gedurende 4 minuten en 33 seconden niets gebeurt, kan meer genot teweegbrengen dan de uitvoering ervan, de ervaring. Het zijn eigenlijk braingames. Ik geloof oprecht dat conceptuele muziek en conceptuele kunst bestaansrecht hebben in ons collectieve gedachtegoed. De uitvoering van een werk is slechts één vorm. Dus, genot binnen ons collectief gedachtegoed kan evenwaardig zijn aan een uitvoering. Weten dat die ideeën bestaan, is een bonusgenot.

Dit idee kan wel verregaande implicaties teweegbrengen. Ik denk in eerste instantie aan de luisteraar. Is het niet zo dat een compositie moet uitgevoerd worden? Tenzij u die ideeën op een andere wijze kan communiceren.
Binnen de kunsten bestaat er een traditie van delen, van collectieve (luister)ervaring. De uitvoering van een conceptueel werk is noodzakelijk om het een nieuw leven in te blazen. Het bonusgenot komt dan misschien pas na de uitvoering, omdat je dan weet dat de uitvoering van het idee effectief heeft plaatsgevonden. Als 4’33” of Fremdarbeit (2009) van Johannes Kreidler nooit waren uitgevoerd, dan was het bonusgenot minder groot. De spanningsvelden die er waren tijdens uitvoeringen geven een extra dimensie alsook een spontane glimlach op mijn gezicht. Het conceptuele werk leeft meerdere levens als het ware. 4’33” kent heel uiteenlopende uitvoeringen, waaronder een door een metalband, een versie gespeeld door katten en ook mijn eigen (her)interpretatie, namelijk 5’08”.

I Am Sitting in a Room (1969) van Alvin Lucier kent ook verschillende herinterpretaties op YouTube bijvoorbeeld. Deze composities worden inderdaad herbeleefd, binnen de contexten eigen aan onze tijd (internet).
Inderdaad. Ook de partituur van 4’33” heeft meerdere vormen: de eerder strakke notatie waarin ‘Tacet’ staat maar ook de notatie op papier met notenbalken. Dat vind ik wel bijzonder. Maar ook de Postal Pieces (1965-1971) van James Tenney zijn heerlijke werkjes, waaronder August Harp for Susan Allan (1971), waarbij de 4 noten 4 keer gespeeld moeten worden met alle mogelijke pedaalcombinaties. Zo eenvoudig maar echt prachtig!

Stulens Afbeelding 3
Hans Peter Feldmann – Man and Women with Red Nose (2013)
Hans Peter Feldmann – Man and Women with Red Nose (2013)

Die begrenzing fascineert me. Een goed conceptueel werk moet op één pagina kunnen staan. In de lessen die ik geef aan het DKO, zeg ik ook vaak: minimalisme is gelijk aan conceptualisme. Minimal componisten zoals James Tenney, Steve Reich en Philip Glass hebben deze stijl een gezicht gegeven, zoiets. 4’33” is de meest minimalistische compositie die er bestaat. Maar ook Vexations (1949) van Erik Satie en de process music van Steve Reich, toegepast in Clapping Music (1972) vind ik goede voorbeelden van conceptuele muziek.

A Rose is a Rose (1970) en In C van Tenney zijn ook composities die op één pagina genoteerd staan. Maar ik denk dat er wel een wezenlijk verschil bestaat tussen minimal music en conceptuele muziek, in die zin dat minimal composities wél noodzakelijk beluisterd dienen te worden, opdat het idee van oneindigheid bijvoorbeeld, kan worden ervaren. De ratio (het idee an sich) en het gevoel (de gewaarwording) zijn twee verschillende zaken.
Ja, dat klopt, daar verschillen ze inderdaad. Ze hebben gedurende een hele periode hand in hand gewandeld, denken we maar aan de werken van Sol LeWitt bijvoorbeeld. Gisteren, toen we in onze klas notenleer Clapping Music uitvoerden, maakte ik een grapje waarvan ik achteraf dacht: misschien nog niet zo’n slecht idee. Als we enkel de rusten in deze compositie zouden uitvoeren, wat zou dat geven als resultaat? Want zijn rusten in de muziek immers niet ‘actief? Clapping Music in het negatief, zoals in de fotografie, of hoe noem je dit fenomeen? De inversie? De titel zou dan misschien Resting Music kunnen zijn, maar ik zoek nog een manier om die rusten uit te voeren. Hoewel, eigenlijk zou het niet slecht zijn om de titel Clapping Music toch te behouden, maar met een of andere toevoeging, die het negatiefbeeld zou kunnen representeren door simpelweg de rusten te klappen.

Welke conceptuele composities of kunstwerken hebben u geïnspireerd en waarom precies?
Al het werk van de kunstenaar Hans Peter Feldmann, Cage, het werk van Kreidler, maar ook de groep Rammstein.

Rammstein?
Zeker! Ze maken volgens mij echt conceptuele muziek. Eigenlijk zou ik dit graag willen onderzoeken, misschien een idee voor een doctoraat?

Kan u dit even toelichten?
Neem bijvoorbeeld Amerika (2004), een song die op ironische wijze de Amerikaanse cultuur en haar culturele imperialisme bekritiseert. We leven allemaal in Amerika! Radio (2019) is een kitsch en mainstream nummer dat heel wat die-hard fans boos maakt, net omwille van deze eigenschappen. Tegelijkertijd is de videoclip volledig gecreëerd in de stijl van de jaren 1930 en 1940, met verwijzing naar de Volksempfänger die Goebbels ontworpen heeft als propagandamiddel tijdens WOII. De tekst refereert dan weer naar de toestand in Oost-Duitsland. Vers 2 luidt als volgt:

We mochten er niet bij horen
Niets zien, praten of verstoren
Elke instantie van liederen was verboden
Zulke gevaarlijke buitenlandse noten
Maar elke nacht een beetje gelukkig
Mijn oor heel dicht bij de wereldontvanger

En waarom heeft Rammstein het aangepakt met deze ingrediënten? Om op de radio gespeeld te worden, om iederéén te bereiken, als propagandamiddel. Een meezinger met als titel Radio werkt dus wel: het nummer werd vaak gespeeld en het sprak mensen ook aan – met uitzondering van de diehard Rammstein fans.

Zoals The Police, de naam die de band destijds kreeg, een naam die inspeelde op de dagelijkse vechtpartijen tussen punkers en ordehandhavers. Een frequente aanwezigheid van de politie in de straten van Londen betekende gratis publiciteit voor de band.
Ja, inderdaad. En het geldt voor zowat alle clips van Rammstein, vandaag nog meer dan vroeger. Angst (2022) is een mainstream conceptuele videoclip. Het nummer gaat eigenlijk over racisme. In het refrein weerklinkt Alle haben Angst vor'm schwarzen Mann (We hebben allemaal schrik van de zwarte man), een zin die wij onmiddellijk in verband brengen met zwarte mensen die vaak in een negatief daglicht worden gesteld. Maar schwarzen Mann verwijst ook naar de boogieman (Butzemann) uit de Duitse cultuur, een analogie die je niet onmiddellijk maakt natuurlijk. Heel dubbel dus.

Op het eerste gezicht heel erg fout, niet? Hoe kan dit nummer dan eenduidig worden geïnterpreteerd?
De clip maakt veel duidelijk. Je ontwaart wederom Amerikanen met grasmaaiers die barbecueën in een omgeving vol met geweren en opgetrokken muren. Het is dus noodzakelijk dat je de clip ook ziet, want het zijn totaalconcepten: muziek én beeld. Daarom maakt Rammstein voor veel nummers een clip. Ausländer (2019) is een lied over onenightstands:

Ich bin kein Mann für eine Nacht
Ich bleibe höchstens ein, zwei Stunden
Bevor die Sonne wieder lacht
Bin ich doch schon längst verschwunden
Und ziehe weiter meine RundenIch bleibe hughstend

Tot hier wat de tekst betreft. Maar in de clip zie je hoe de groep verkleed als vluchtelingen in een rubberbootje aanmeert aan de Afrikaanse kust. Doorheen de clip transformeren de bandleden van vluchtelingen naar Westerse kolonialen. Een zeer interessant spanningsveld, vind ik persoonlijk. Het zijn die verbanden die het zo interessant maken. Binnen de conceptuele muziek staan zulke relaties tussen verschillende ideeën, ook centraal voor mij. Ironie en sarcasme die in de muziek van Rammstein overvloedig aanwezig zijn, vormen ook belangrijke aspecten binnen de conceptuele muziek.

Welke zijn de allereerste composities die men als conceptueel kan bestempelen, volgens u?
De sierlijke partituren van Baude Cordier, uit de ars subtilior misschien? De partituren worden vormgegeven aan de hand van het onderwerp van het lied. Belle Bonne Sage (vroeg 15e eeuw) is een liefdeslied in de vorm van een hart. Uiteraard speelt dit voor de luisteraar geen rol. Maar een partituur is ook een visueel object en dat vormt een meerwaarde. Maar ook de klankschilderingen bij Claudio Monteverdi, waarbij je duidelijke relaties tussen muziek en tekst kan onderscheiden, vind ik een mooi voorbeeld van een relatief vroeg (in de tijd) conceptueel denken. Voor ons lijkt dit vandaag heel basic misschien, maar het is een soort van extern relationeel denken. Het begin in Lamento della Ninfa (1638) is een boekje dat opengaat van waaruit het verhaal begint. De rol van het vertelkoor is ook iets bijzonders: tijdens de uitvoering reflecteert het vertelkoor als externe waarnemer over de tekst die de zangeres zingt. Het zijn wederom de verbindingen die interessant zijn. Sommige componisten maken verbindingen tussen klanken (binnen verschillende systemen zoals de tonale, atonale of spectrale muziek), conceptuele componisten maken deze met ideeën waarbij klank niet per definitie het doorslaggevende element hoeft te zijn.

Baude Cordier - Belle Bonne Sage (vroeg 15e eeuw)
Baude Cordier - Belle Bonne Sage (vroeg 15e eeuw)

Hoe ziet u zichzelf als componist binnen de conceptuele muziek evolueren?
Ik wil mettertijd afscheid nemen van het idee dat ik creaties moet maken ‘omdat het moet’. De beste conceptuele werken ontstaan bij mij als toevalligheden. Op die manier zijn IPhone Ensemble en 5’08” tot stand gekomen. Het zijn vaak mopjes die voorafgaan aan een idee. Eigenlijk zijn het allemaal uit de hand gelopen grappen.

Kunst is geen spel noch een grap.
Hiermee ben ik niet akkoord. Kunst is het gekste dat er bestaat. Het is een culturele entiteit die genot en unieke ervaringen kan teweegbrengen, die mensen zowel actief als passief met elkaar kan verbinden. Maar door de academisering en romantisering van de kunsten is er wel wat veranderd. En vaak is die romantisering ook iets wat artificieel in stand gehouden wordt. Heel wat composities, van Richard Wagner of Gustav Mahler bijvoorbeeld, waar nogal gewichtig over gesproken wordt terwijl dat helemaal niet nodig is volgens mij, doen mij zuchten. Ik vind het moeilijk dat composities als ‘goed’ worden beschouwd omdat anderen zeggen dat het goed is/was. Het is een traditie die telkens opnieuw wordt doorgegeven, in stand wordt gehouden. Culturele waarden worden bepaald door je omgeving (docenten, collega-componisten, muzikanten), wat natuurlijk volstrekt normaal is. Tijdens uitvoeringen van sommige klassieke/moderne/hedendaagse werken kan ik me erg vervelen maar bij conceptuele muziek of kunst is dat niet of haast nooit het geval. En als je je tóch zou vervelen, dan duurt het meestal niet zo lang. Ideeën kan je gemakkelijk oproepen via het geheugen: het zijn korte, genotsvolle belevingen, in tegenstelling tot een vrij lang werk dat je nooit helemaal zelf opnieuw kan afspelen in je hoofd, wegens de duurtijd. Ik herinner mij dat ik naar een concert ging waar een compositie van Pierre Boulez gespeeld werd. Ik vroeg me echt af: wat doe ik hier eigenlijk? Deze muziek doet mij niets. Ik keek dan even rond en zag dezelfde gezichten die ik altijd zie op gelijkaardige concerten. Ik heb daar steeds meer en meer moeite mee …

Nieuwe muziek moet misschien ook aangeleerd of aangereikt worden omdat men er vaak niet spontaan mee in aanraking komt. Vrienden van mij uit de beeldende kunst luisteren eerder naar pop- of rockmuziek maar zelden of helemaal niet naar hedendaags klassieke muziek. Er schuilt daar een wezenlijke discrepantie. Misschien heeft het onder andere te maken met het feit dat muziek een kunst is die tijd vraagt? Een beeld is veel directer, onmiddellijker.
Ja. Als een schilderij je niet aanspreekt, wandel je weg. Maar dit geldt evenzeer voor conceptuele werken! En het mag dus, geen probleem! Onlangs bezocht ik een tentoonstelling. Na 5 minuten was ik weer buiten en dat is helemaal niet erg. Tijdens een 4 uren durende opera van Wagner voelde ik na een kwartier al: dit is niets voor mij. En daar zit je dan.

Een dure, korte grap.
Ik heb een -26 jaar ticket kunnen kopen, haha. Maar belangrijker: hoeveel procent van je waardeoordeel wordt bepaald door de prijs van een ticket? Durf je daadwerkelijk iets niet goed te vinden als je er 150 euro voor hebt betaald? Daarom vind ik de lezing van Kreidler over het verbod op applaudisseren na een concert, heel boeiend. Een applaus uit dankbaarheid vormt geen probleem, maar als waardeoordeel …

Tot slot wil ik u nog vragen of conceptuele kunst of muziek niet achterhaald is. Het betreft een fenomeen dat haar bloeiperiode voornamelijk in de jaren 1960 kende.
Componeren met noten evolueert (stilistisch) maar conceptuele kunst of muziek ook, omdat onze maatschappij en onze contexten veranderen. Enkele honderden jaren geleden componeerden we tonaal, honderd jaar geleden ongeveer deed de atonaliteit haar intrede, vanaf de jaren 1970 ontstond het spectralisme, enzoverder. Opeens bestonden er ontzettend veel stijlen naast elkaar. Sergej Rachmaninov is één jaar ouder dan Arnold Schönberg, één jaar! In welke stijl componeren componisten vandaag? Ik voel me vandaag vaak omringd door een vrij atonale en modale klankwereld met veel aandacht voor klankkleuren. De vraag of deze stijlen achterhaald zijn, wordt niet gesteld. Dat komt volgens mij omdat wij niet naar onszelf willen kijken. Mensen die deze vraag stellen, kijken volgens mij niet naar wat ze zelf creëren. Ik hoop op een bloeiperiode voor elke stijl, op elk moment.

Hartelijk bedankt voor dit boeiende gesprek. Ter afsluiting wil ik nog een partituur tonen die misschien wel de voorloper is van 4’33”. Marche funèbre composée pour les funérailles d’un grand homme sourd (1897) is een compositie van Alphonse Allais die bestaat uit 24 lege maten. In een korte inleiding van het werk staat dat hij beweert dat ‘grote pijn stil is’. Omdat grote pijn ‘zwijgt’, moeten de uitvoerders zich enkel bezighouden met het tellen van de maten …

Marche Funèbre

Karel Stulens

Karel Stulens (°1997, gevestigd in Antwerpen) is een componist van nieuwe muziek en kunsten. Zijn werk ontrafelt zich in verscheidene vormen, gaande van orkestwerken en kamermuziek tot multimediale performances, steeds geïnjecteerd met found footage-elementen en/of stereotypen.

Deze stereotypen, gecombineerd met concepten als traditie en institutionele mechanismen vormen de fundamenten van zijn artistiek onderzoek en de ontwikkeling van nieuw werk. Karel benadert het concept van componeren eerder als het ‘boetseren van componenten’. Hierdoor refereert zijn werk vaak naar het globale archief en fenomenen uit onze hedendaagse maatschappij. In 2018 was Karel Stulens de eerst geselecteerde componist uit de SOV Composer’s Academy van Symfonieorkest Vlaanderen. Met deze selectie volgde de première van zijn eerste orkestwerk EXPIRED. In 2019 werd datzelfde orkestwerk geselecteerd als als Vlaamse inzending voor de World New Music Days in Nieuw-Zeeland. Vanwege de pandemie is het festival uitgesteld naar augustus 2022.

Karel Stulens nam deel aan verscheidene zomerstages zoals Darmstädter Ferienkurse, Champd’Action.LaBO, Bijloke Summer Academy en Musiques et Recherches. Ook volgde hij verscheidene masterclasses onder leiding van onder andere Lisa Streich, Johannes Kreidler, Raphael Cendo, Lucia Ronchetti, Marco Ciciliani en Oscar Bettinson.

In 2020 behaalde hij zijn Masterdiploma Compositie aan het KASK & Conservatorium in de klas van dr. Daan Janssens. In de zomer van 2022 zal hij als componist actief zijn aan de Royaumont Voix Nouvelles Academy. Hier staat de creatie gepland van zijn nieuw werk Selfportrait (performer & live electronics), geschreven voor Johanna Vargas.

https://karelstulens.com/

spOren is een initiatief van ISCM-Vlaanderen & MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek]. Via een nieuwsbrief communiceert het redactieteam verschillende bijdragen met betrekking tot nieuwe muziek. Geïnteresseerden kunnen zowel met een vraag (schrijven jullie iets over …?) als met een aanbod (ik heb iets geschreven over …) aankloppen bij de redactie. Op die manier ontstaat er een netwerk van input en output, gedachtewisselingen en kennisdelingen over nieuwe muziek die de liefhebber verheldering en begeestering verstrekken.

Schrijf je hier in op de spOren-nieuwsbrief!