BATAILLIE Luc (1958)

Luc Bataillie, geboren op 24 juni 1958 in Kortrijk, studeerde viool aan de Hogeschool Gent departement Conservatorium (het huidige Koninklijk Conservatorium in Gent), waar hij eerste prijzen behaalde voor notenleer, muziekgeschiedenis, geschreven harmonie, contrapunt en fuga. Tegelijkertijd vulde Bataillie zijn muziekstudies aan met pedagogische diploma’s voor AMV, harmonie en muziekgeschiedenis. In 1999 studeerde hij af als meester in de muziek, optie muziektheorie.

Van kinds af was Bataillie als muzikant actief in het West-Vlaamse Jeugdorkest en nadien in het WVO. In 1978 richtte hij samen met trombonist Herbert Matton het toenmalige Orchidee Ensemble op, waarin hij eerste viool speelde. Daarnaast was hij ook actief als koordirigent, lid van het Goeyvaerts Consort tot 2011 en is hij nog steeds kerkorganist in de parochiekerk van de Pinte en altviolist in het Mechels Kamerorkest. Vanaf 1986 breidde Bataillie zijn carrière als muzikant en componist uit tot leerkracht: hij gaf harmonie aan het Lemmensinstituut in Leuven tot 1988 en begon als leerkracht voor muziektheoretische vakken aan de muziekacademies van Tielt en Sint-Pieters-Woluwe, waar hij nog steeds actief is. Samen met onder andere voormalig directeur van de academie van Sint-Pieters-Woluwe, Carl Verbraeken is Luc Bataillie sinds 1989 lid van de ‘Woluwse Componisten’. Tussen 1988 en 1991 was hij bovendien directeur van de Gemeentelijke Muziek Academie van Oud-Heverlee (de huidige Academie De Vonk).

De prijzen die Luc Bataillie als componist ontving, benadrukken zijn veelzijdig oeuvre. Driemaal won hij het VerDi-Keurmerk met Het Warm Onthaal voor trompet en piano (2006), Memento voor blokfluit en piano (2013) en Eén Minuutjevoor viool en piano (2018). In 2007 kreeg hij ook een eervolle vermelding in de compositiewedstrijd georganiseerd door het Nederlands tijdschrift Mens en Melodie  met Introductie & tango voor saxofoonkwartet en in 2017 won hij de compositiewedstrijd van het Algemeen Nederlands Zangverbond met Mijn Prachtig Vlaanderen waar ik zo van hou voor zang en piano.

 

Werkbespreking

Het oeuvre van Luc Bataillie getuigt van zijn belangstelling voor de lokale cultuur in Europees perspectief. Zijn programmatische werken zijn doorgaans gebaseerd op elementen uit de Vlaamse cultuur zoals De Bremer Stadsmuzikanten (1993) of Carnaval in Duinkerke voor vier dwarsfluiten en piccolo (1990). Bataillie’s muziek geeft vorm aan zijn identiteit als Vlaming, Belg en Europeaan. Bataillie schreef vooral instrumentale kamermuziek voor kleine, maar vooral uiteenlopende bezettingen. De viool speelt een belangrijke rol doorheen zijn oeuvre, waarin zijn achtergrond als muzikant sterk weerklinkt, maar Bataillie trad ook vaak buiten die oevers met bezettingen als Introductie & Tango voor saxofoonkwartet (2007) of Gebed tegen de Opwarming van de Aarde voor piano, marimba en strijktrio (2007).

Het is de contrapuntische techniek waarin zijn bewondering voor de muziek uit het verleden, zowel oude muziek als recente populaire muziek, terug te vinden is. In Carnaval in Duinkerke (1990) baseerde Bataillie zich op een oude volksmelodie die waarschijnlijk zijn oorsprong kent in Duinkerke zelf, namelijk het lied Een kalemanden rok. Na de introductie van 4 fluiten die elk afzonderlijk een eigen ostinato inzetten (waarbij de eerste fluit al anticipeert op het thema), werken alle 4 fluitpartijen toe naar de inzet van het hoofdthema, namelijk de melodie van Een kalemanden rok. Het thema wordt eerst gegeven in een duet tussen de eerste 2 fluiten, waarbij de ritmiek wisselt tussen beide partijen. Daarna volgen variaties in verschillende texturen die hun climax vinden in een vijfstemmige zetting met de toevoeging van een piccolo.

De compositiestijl van Bataillie in zijn polyfone werken is dan ook op die manier te beschrijven: de polyfonie die in zijn stukken terug te vinden is, is tegelijkertijd een verweven geheel, maar ook transparant, waarin de belangrijke melodieën duidelijk naar voren komen. “Immers, bij het beluisteren van een polyfone compositie heeft nu eens die stem en dan weer een andere onze aandacht en al luisteren dromen we soms weg om een poos later terug aan te knopen en bewust verder te luisteren,” zo omschreef Bataillie zijn visie op contrapuntische inslag in Even wegdromen bij polyfonie (2011). In het kader van de 500everjaardag van Clemens non Papa schreef Bataillie dit werk voor viool, altviool en piano op basis van vier nieuwe zettingen van Clemens’ souterliedekens die hij eerder dat jaar schreef. Deze 4 Souterliedekens zijn gebaseerd op psalmen 8 tot en met 11 en hebben verschillende uitvoeringsmogelijkheden, maar steeds vierstemmig met een cantus firmus in de tenor, voorafgegaan door een introductie voor orgel. Voor de tekst greep Bataillie terug naar de originele tekst in de partituur van Clemens non Papa, de Statenbijbel en de Wilibrord-bijbelvertaling om zijn eigen hertaling te maken.

In Even wegdromen bij polyfonie verwerkte Bataillie deze souterliedekens-herwerkingen tot een contrapuntisch geheel aan de hand van intermezzo’s die de verschillende souterliedekens verbinden. De cantus firmus wordt gespeeld door de viool en de andere drie stemmen worden overgenomen door de piano. De altviool volgt aanvankelijk de melodie in een parallelle lijn, maar evolueert naar een zelfstandige stem die in dialoog gaat met de viool en samen met de viool uitmondt in het intermezzo dat de oorspronkelijke psalmen verbindt. Het wegvallen van de piano aan het begin van het intermezzo, het daaropvolgende dialoog tussen piano enerzijds en de strijkers anderzijds, creëert een textureel contrast dat het onderscheid tussen het oorspronkelijke psalm en het toegevoegde intermezzo onmiskenbaar maakt. Toch wordt het stuk niet doorbroken door de overlapping van het neerleggen van de psalm in de piano en het begin van het intermezzo in de strijkers. Op die manier speelt Bataillie met de texturen en de verschillen in stijlen om de oorspronkelijke psalmen, zowel als zijn eigen herwerkingen (de 4 Souterliedekens) en de nieuwe toevoegingen te versmelten tot een architecturaal geheel.

Van 2007 tot 2018 schreef Bataillie een bundel van 12 Bicinia Super Carminibus Levibus, duos’ voor viool en altviool. Deze werken zijn hedendaagse versies van de bicinia uit de renaissance en vroege barok waarmee contrapunt werd aangeleerd. Bataillie maakte gebruik van bestaande melodieën, meestal uit populaire muziek zoals Il fait beau, il fait bon van R. Greenway en Edday Marnay, gezongen door Claude François in zijn eerst Bicinium. Een ander voorbeeld is Bicinium 5, waarin Bataillie zich baseerde op het Schoollied van de Gemeentelijke Muziekacademie St-Pieters-Woluwe, geschreven door directeur Carl Verbraeken. Bicinium 8 is dan weer gebaseerd op algemenere Belgische geschiedenis, namelijk The Last Post, de traditionele klaroen-melodie die dagelijks om 20u gespeeld wordt onder de Menenpoot in Ieper ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog.

Bataillie’s interesse in plaatselijk cultureel erfgoed spreidt zich ook uit tot Europese identiteit en muzikale cultuur, terug te vinden in werken zoals Rapsodie der Eurozone voor 2 violen, fagot en piano (2000) en Welkom in de Eurozone voor viool, altviool en piano (2012). In Welkom in de Eurozone verwerkte Bataillie verschillende volksliederen van Europese landen in een contrapuntisch geheel tussen viool, altviool en piano. Het werk begint met het Wilhelmus (het volkslied van Nederland), wat al snel verweven wordt met de Belgische Brabançonne, de Marseillaise en alle nationale hymnen van de landen die deel uitmaken van de Europese Unie. Telkens introduceert hij de melodie in een een transparante en herkenbare vorm, waarna hij ze contrapuntisch en motivisch verwerkt tot aan het culminatiepunt waarop het Europese volkslied ofwel de Ode an die Freude melodie van Beethoven in al haar glorie weerklinkt.

Naast instrumentale kamermuziek schreef Luc Bataillie ook liederen, zonder tekst (vocalises) of op Nederlandse tekst, werken voor symfonie-, harmonie- en zelfs schoolorkest, vocale kamermuziek… Uit die uiteenlopende bezettingen blijkt ook een zeer pragmatisch ingestelde visie van Luc Bataillie, een samenvloeiing van zijn carrière als leerkracht en als componist. Zo schreef Bataillie regelmatig verschillende versies van eenzelfde werk, bijvoorbeeld Liturgie tegen de Opwarming van de Aarde (2007) in duet-bezettingen voor viool en marimba, maar ook voor altviool en marimba, later voor een trio van viool, altviool en piano en zelfs voor piano-solo. Bovendien hield Bataillie doorheen zijn oeuvre ook rekening met een variëteit aan moeilijkheidsgraden. Eén minuutje voor viool en piano (2018), waarvoor Luc Bataillie het VerDi-keurmerk won, was bijvoorbeeld geschreven voor het derde leerjaar van de tweede graad (L4 volgens de oude indeling van de niveaus).

 

Werklijst

Kamermuziek: Tango voor Elvire (1994); Bicinia Super carminibus Levibus (2007); Even wegdromen bij Polyfonie (2011), Welkom in de Eurozone (2012); Memento (2013); Agnoconga (2015); In Galop (2015); Met Bas op Wandel (2015); Schuif aan – Schuif af (2015); De Bruiloft van Sint-Cecilia (2016); Bicinium 12 (2018); Een gezellige nocturne (2018)

Liederen: Andleie (2015); Caecilia (2016) (op tekst van Guido Gezelle); Tot de mane (2018) (op tekst van Guido Gezelle)

Een uitgebreidere werklijst vind u hier.

 

Bibliografie

  1. DEFOORT, Lexicon van de muziek in West-Vlaanderen, deel 3, Brugge: Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers, 2002, p. 48.
  2. ROQUET, Lexicon Vlaamse Componisten geboren na 1800, Roeselare: Roularta Books, 2007, 31-32

 

Discografie

– Tango voor Elvire, Bourrée voor Marie, WOLUWSE COMPONISTEN EN VOLKSLIEDJES, Cultuurcontact, 2004.
– Gebed tegen de Opwarming van de Aarde, FINGERPRINTS 1, ComAv FMC 2010/02, 2010.

 

Uitgevers

Euprint en Metropolis

 

Links

http://nl.wikisage.org/wiki/Luc_Bataillie
https://nl.wikipedia.org/wiki/Luc_Bataillie
http://www.clemens500.be/cmp/luc-bataillie.html

 

 

©MATRIX
Teksten van Lien Claeys
Laatste aanpassingen: 2019

Luc.bataillie@pandora.be

Oude Gentweg 53, 9840 De Pinte

09/221.74.66

Partituren in MATRIX


Alle componistenfiches