Jacqueline Fontyn is ‘Honorary Member’ van de International Society for Contemporary Music
Op 3 juni 2025 verkoos de General Assembly van de ISCM twee nieuwe Honorary Members. Met die titel wil de wereldwijd vertakte vereniging erkenning geven aan personen die kunnen bogen op een opmerkelijke internationale carrière en een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de hedendaagse muziek. Naast Karen Rehnqvist uit Zweden mag ook Jacqueline Fontyn (1930) zich vanaf nu tot het selecte gezelschap van 76 ereleden rekenen. Enkele willekeurig gekozen andere ronkende namen in de eregalerij zijn Louis Andriessen, Béla Bartók, John Cage, Friedrich Cerha, Sofia Gubaidulina, György Ligeti, Olivier Messiaen, Maurice Ravel, Kaija Saariaho, Arnold Schönberg, Igor Stravinsky, Ralph Vaughan Williams en Iannis Xenakis. Ze is de derde Belg in het lijstje, na Paul Collaer – van wie ze ooit nog les kreeg aan de Koninklijke Muziekkapel Koningin Elisabeth – en André Laporte.
Een internationaal profiel
Dat Fontyn deze onderscheiding ontvangt vanuit een internationale organisatie is exemplarisch voor haar muzikale loopbaan, waarbij ze op verschillende continenten prominenter aanwezig was dan in België. Hoewel ze als docente stevig verankerd bleef in de conservatoria van Antwerpen (1963-1970) en Brussel (1970-1990), brachten haar composities haar over de hele wereld, van de Verenigde Staten tot Australië en Azië. De combinatie van haar persoonlijke muzikale taal, haar reislust en ondernemingszin, en haar pedagogische kwaliteiten maakte haar de gedroomde kunstenaar om uit te nodigen voor masterclasses en seminaries. Op die manier groeide ze uit tot een internationaal gekende, maar ook internationaal georiënteerde componiste.
Tijdens die vele reizen ontmoette Jacqueline Fontyn ook meer muzikale persoonlijkheden dan je voor mogelijk zou houden. Haar autobiografie, die onder de veelzeggende titel Nulla Dies Sine Nota gepubliceerd is bij Universal Edition, leest bijna als een overzicht van de muziekgeschiedenis van de twintigste eeuw in muzikale protagonisten. Er zijn natuurlijk de meer evidente ontmoetingen met landgenoten zoals Vic Legley, Louis De Meester, David Van de Woestyne, Karel Goeyvaerts, Denijs Dille, Daniël Sternefeld, Frederic Devreese, Robert Groslot en vele anderen. Daarnaast kruiste ze het pad van onder anderen Goffredo Petrassi, Nadia Boulanger, Olivier Messiaen, Zoltán Kodály, Max Deutsch, David Oistrakh, Henri Dutilleux en Witold Lutosławski. Het lijstje is nog veel langer; met sommige van die componisten of muzikanten onderhield ze langdurige contacten, bij anderen volstond een korte ontmoeting om een diepe indruk na te laten.
Een persoonlijke taal
Doorheen het boeiende parcours van haar leven – dat Jacqueline Fontyn zich overigens tot in de details kan herinneren en beschrijven – ontwikkelde ze een erg persoonlijke muzikale taal. In haar vroegere werken is de invloed van Schönberg zeker merkbaar. Dat heeft alles te maken met diens leerling Max Deutsch, bij wie ze les volgde en die een groot pleitbezorger van de atonaliteit en dodecafonie was. Wanneer in de jaren 1950 vanuit het muzikaal denken van Schönberg nieuwe compositietechnieken en -esthetieken voortvloeiden, zoals het serialisme, koos ze haar eigen weg. Ook de muziek van Bartók behoort tot haar favorieten, dankzij haar nauw contact met Bartók-specialist Denijs Dille.
Het is niet altijd makkelijk om inzicht te krijgen in de precieze compositorische procedés waarmee ze haar werk vormgeeft. Zelf hecht ze er ook weinig belang aan om haar methodes of strategieën te delen. Wat wél overduidelijk bovendrijft, in haar partituren en in de manier waarop ze erover spreekt, is het belang van muzikale expressie. Emotionaliteit en expressiviteit in muziek zijn voor haar cruciaal, wat niet betekent dat haar muziek sentimenteel of conformistisch zou zijn. Eerder het tegendeel is waar. Zowel qua klankbeeld als qua muzikale sfeer is er vaak een zekere verwantschap met het impressionisme te ontwaren. Dat hangt ook samen met haar virtuoze orkestratiekunst. Ze etaleert in haar orkestwerken een volledige beheersing van het symfonisch orkest – haar lievelingsinstrument. Kleurrijke instrumentatie en het uitgekiend gebruik van bijzondere speeltechnieken leiden tot fascinerende klankwerelden. Dat is trouwens ook het geval in haar vele kamermuziekwerken.
In sommige partituren verlaat Jacqueline Fontyn de conventionele muzieknotatie om een zekere vrijheid toe te laten. Zo is er hier en daar ruimte voor aleatoriek binnen een afgebakend kader. Het is slechts één voorbeeld van hoe ze als componiste gebruikmaakt van de technieken en stijlen die het best geschikt zijn om een welbepaalde verbeelding muzikaal uit te drukken. Dat maakt haar oeuvre erg divers en rijk geschakeerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de verschillende werken die ze componeerde voor harmonieorkest, een orkestvorm waarvoor in de twintigste eeuw een eigen repertoire ontstond met invloeden vanuit de militaire traditie, maar ook filmmuziek en lichte muziek. Fontyn benadert het harmonieorkest met haar eigen frisse blik op die gekende klankwereld en creëert een nieuw idioom dat recht doet aan de bijzonderheden van een dergelijke bezetting. Ook in andere composities past ze nooit zomaar bestaande concepten toe op de gegeven context, maar creëert ze het muzikaal universum dat nodig is voor die specifieke compositie.
Een ontwapenende openheid
We hebben het geluk dat het leven en werk van Jacqueline Fontyn goed gedocumenteerd zijn. Ze houdt zelf heel nauwkeurig haar brieven, documenten, schrijfsels en herinneringen bij, en ook nu nog staat ze regelmatig vragenstellers te woord, al dan niet voor de camera. In haar verhalen lezen en horen we hoe ze op jonge leeftijd al van muziek doordrongen was. De grens tussen haar familiegeschiedenis en privéleven enerzijds en haar carrière anderzijds is erg dun, en over al die facetten getuigt ze met een grote openheid en nederigheid. Wat in al deze (geschreven en gesproken) bronnen terugkomt, is de nuchterheid en dankbaarheid waarmee ze op haar eigen leven terugkijkt. Dat ze als vrouw een uitzonderlijk parcours aflegde in de voorbije decennia vindt ze niet per se een groot thema, al blijkt uit sommige anekdotes dat dat wel degelijk een rol gespeeld heeft, nu eens in positieve zin, dan weer in negatieve zin. Alles bij elkaar bleek het telkens weer haar muziek te zijn die deuren opende, die muzikanten en programmatoren enthousiasmeerde, en die publieken beroerde. Toen ze in 1976 als componist van het verplichte werk van de Koningin Elisabethwedstrijd het publiek mocht groeten op de laatste dag van de finaleweek, steeg er zowel bewonderend applaus als verontwaardigd boegeroep op uit de zaal. Voor haar was dit niet ontmoedigend, maar het teken dat niet iedereen in de zaal klaar was voor haar modernere klankwereld. Op geen enkel moment zou ze in de daaropvolgende halve eeuw muzikale compromissen sluiten. De internationale erkenning die ze tot op vandaag krijgt, bewijst dat ze hierin het juiste pad gevolgd heeft.
Meer info online?
Video interview voor het Belgian National Orchestra
Persoonlijk website van de componiste
Profiel op de website van Le Forum de la Création Musicale
Componistenfiche bij MATRIX